ECLI:NL:RVS:2015:4064
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en tijdelijke intensivering grenscontroles
Bij besluit van 26 oktober 2015 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van de staatssecretaris tot tijdelijke intensivering van de Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV)-controles op grond van artikel 4.17b van het Vreemdelingenbesluit 2000 rechtmatig is. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het besluit onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte voor een aanzienlijke toename van illegaal verblijf na grensoverschrijding.
Verder werd geoordeeld dat het gebruik van een tolk zonder expliciete vermelding van beëdiging in het proces-verbaal niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. Ook het niet expliciet als asielverzoek kwalificeren van verklaringen van de vreemdeling over zijn veiligheidssituatie in Congo was terecht. De belangenafweging omtrent het opleggen van bewaring was zorgvuldig. Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, dat van de staatssecretaris gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en dat van de staatssecretaris gegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de bewaring bevestigd.