ECLI:NL:RVS:2015:4071
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 januari 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 februari 2015 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had getoetst of de staatssecretaris zich voldoende had uitgelaten over de toepassing van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, mede omdat het asielrelaas van de vreemdeling als ongeloofwaardig was beoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Na inhoudelijke toetsing van het besluit van 23 januari 2015 concludeerde de Raad van State dat de staatssecretaris de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas deugdelijk had gemotiveerd, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van originele stukken. Ook was geen sprake van een uitzonderlijke situatie in de Gazastrook die bescherming zou rechtvaardigen. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.