ECLI:NL:RVS:2015:412
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen hernieuwde vreemdelingenbewaring na toezegging Somalische autoriteiten
De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 7 november 2014 opnieuw in vreemdelingenbewaring nadat een eerdere maatregel was opgeheven wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar Somalië. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat op 22 oktober 2014 Somalische autoriteiten mondeling hadden toegezegd medewerking te verlenen aan gedwongen terugkeer, waardoor zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn weer aanwezig was. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank deze gewijzigde omstandigheden niet had onderzocht en dat de toezegging wel degelijk een rechtvaardiging vormde voor hernieuwde bewaring.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris op basis van de toezegging en de feitelijke uitzettingen in november en december 2014 mocht aannemen dat zicht op uitzetting bestond. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.