ECLI:NL:RVS:2015:443
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning en terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 15 november 2013 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, legde een terugkeerbesluit op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de aanvraag niet aan de juiste wettelijke bepalingen had getoetst. De staatssecretaris had de aanvraag terecht beoordeeld aan de hand van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder r, van het Vreemdelingenbesluit 2000, in samenhang met artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder h, van dat besluit. Ook was het horen van de vreemdeling niet vereist omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Verder concludeerde de Raad dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod terecht waren opgelegd op grond van de omstandigheden van de vreemdeling, waaronder onjuiste gegevensverstrekking en eerdere veroordelingen. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.