ECLI:NL:RVS:2015:447
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag 2009-2010 na herziening Belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 26 september 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag voor de jaren 2009 en 2010 aan [wederpartij] herzien en op nihil gesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit van 20 november 2012. De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de kinderopvang in genoemde jaren had plaatsgevonden op basis van een schriftelijke overeenkomst zoals vereist op grond van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang (Wko). De rechtbank had geoordeeld dat de overgelegde overeenkomsten daaraan voldeden, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de overeenkomsten niet voldeden aan de vereisten van artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling Wet kinderopvang, met name omdat de prijs per uur ontbrak en de authenticiteit van een later overgelegde overeenkomst niet geloofwaardig was.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit niet juist had beoordeeld en verklaarde het hoger beroep van de Belastingdienst gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze het besluit van 20 november 2012 vernietigde met betrekking tot de jaren 2009 en 2010. Het beroep van [wederpartij] werd alsnog ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 februari 2015.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] wordt ongegrond verklaard en het besluit van 20 november 2012 gehandhaafd.