ECLI:NL:RVS:2015:463
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Verklaring Omtrent het Gedrag na niet-ontvankelijkverklaring OM
De staatssecretaris weigerde de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan appellant vanwege een niet onherroepelijk vonnis waarin het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het vonnis ondanks de niet-ontvankelijkverklaring relevant bleef voor de beoordeling van het objectieve criterium.
Appellant stelde dat het vonnis en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen de verdenking tegen hem wegnemen, en dat het hoger beroep van het OM minder gewicht verdient dan het oordeel van de strafkamer. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich niet zonder nadere motivering op het standpunt kon stellen dat aan het objectieve criterium werd voldaan, omdat de strafkamer inhoudelijk oordeelde dat er geen redelijk vermoeden van schuld was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.