ECLI:NL:RVS:2015:469
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid bij aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers in Duindorp te Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 24 juni 2014 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Duindorp, waaronder locatie 100-06 aan de Markensestraat. Appellanten, bewoners van een appartementencomplex nabij deze locatie, stelden dat het college deze locatie niet in redelijkheid had kunnen aanwijzen vanwege overlast, stank, geluidshinder, trillinghinder en het ontbreken van een fair balance tussen hun belangen en het algemeen belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van locaties, waarbij het alle belangen moet afwegen en terughoudend wordt getoetst. De randvoorwaarden voor plaatsing van ORAC's zijn niet in strijd met de Wet milieubeheer en waarborgen een goed woon- en leefklimaat. De klachten over stank, geluid en trillingen werden door het college gemotiveerd weerlegd, en de Afdeling vond geen aanleiding om de locatie onredelijk te achten.
Verder oordeelde de Afdeling dat alternatieve locaties niet geschikter waren, mede omdat deze niet voldoen aan randvoorwaarden of niet toegankelijk zijn voor de bewoners. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens eerdere toezeggingen tot verplaatsing faalde omdat latere communicatie duidelijk maakte dat geen geschikte alternatieven waren gevonden. Ook het aantal geplaatste ORAC's werd als redelijk beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ORAC's in Duindorp is ongegrond verklaard en locatie 100-06 is in redelijkheid aangewezen.