ECLI:NL:RVS:2015:47
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening kinderopvangtoeslag 2007 en 2008 wegens strijd met Awir
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 8 augustus 2012 de aan appellante toegekende kinderopvangtoeslag over 2007 en 2008 herzien en op nihil gesteld, waarna de reeds verstrekte tegemoetkoming werd teruggevorderd. Appellante voerde aan dat de toekenning definitief was en dat de dienst niet bevoegd was om terug te komen op de vaststelling. Tevens stelde zij dat zij tijdig alle benodigde informatie had verstrekt en dat de overeenkomsten rechtsgeldig waren ondertekend namens beide ouders.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat de herziening niet aan de vereisten van artikel 21, eerste lid, Awir voldeed, omdat appellante niet wist noch behoorde te weten dat de tegemoetkoming te hoog was vastgesteld. Het enkele ontbreken van gegevens in de overeenkomsten en het feit dat appellante als houder en ouder tekende, was onvoldoende voor herziening.
Voor de jaren 2009 tot en met 2012 oordeelde de Afdeling dat geen rechtsgeldige overeenkomsten bestonden omdat appellante als houder van een eenmanszaak niet los kan worden gezien van de ouder, waardoor aanspraak op toeslag ontbrak. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 10 september 2013 en herroept de besluiten van 8 augustus 2012 voor 2007 en 2008. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De herziening van de kinderopvangtoeslag over 2007 en 2008 wordt vernietigd en de besluiten van 8 augustus 2012 worden herroepen.