ECLI:NL:RVS:2015:473
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 11 april 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos met huishoudelijke afvalstoffen te verwijderen die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 naast een ondergrondse restafvalcontainer was geplaatst. Het college stelde dat appellant de overtreder was, omdat in de doos een poststuk met zijn adres was aangetroffen.
Appellant voerde aan dat het poststuk niet aan hem was gericht, maar aan een voor hem onbekende persoon, en dat dit daarom geen bewijs was dat hij de overtreding had begaan. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid, in de regel als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij niet de overtreding heeft gepleegd.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht aannam dat appellant de overtreder was, omdat hij de enige bewoner van het adres was en niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet degene was die de doos naast de container had geplaatst. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.