ECLI:NL:RVS:2015:479
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om uitzetting achterwege te laten wegens medische noodsituatie
De vreemdeling verzocht op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft wegens een medische noodsituatie. De minister en later de staatssecretaris wezen dit verzoek af, waarna de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De medische situatie van de vreemdeling betreft een posttraumatische stressstoornis (PTSS) met suïcidale ideaties en een eerdere suïcidepoging. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat geen medische noodsituatie zal ontstaan bij uitzetting, mits begeleiding door een psychiatrisch geschoold verpleegkundige tijdens de reis. De behandelend psychiater stelde echter dat beëindiging van de behandeling tot overlijden door zelfmoord kan leiden.
De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is en dat het verschil van inzicht tussen het BMA en de behandelaar niet leidt tot een andere conclusie. De rechtbank heeft de juiste toets toegepast en het beroep van de vreemdeling faalt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.