ECLI:NL:RVS:2015:48
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 ondanks termijnoverschrijding
Bij besluiten van 18 september 2012 stelde de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009 voor appellante op nihil. Appellante maakte bezwaar, dat bij besluit van 17 december 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst de voorschotten niet meer mocht herzien na het verstrijken van de termijnen genoemd in artikel 19 van Pro de Awir en dat zij gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen aan het uitblijven van terugvordering. De Afdeling overwoog dat voorschotten een voorlopig karakter hebben en herziening mogelijk blijft zolang de definitieve toeslag niet is toegekend. Het verstrijken van de termijn voor toekenning van de toeslag sluit herziening niet uit.
Verder betoogde appellante dat de overeenkomsten met het gastouderbureau wel voldeden aan de wettelijke eisen, maar de Afdeling stelde vast dat essentiële gegevens zoals prijs per uur en aantal uren opvang ontbraken in de overeenkomsten, waardoor niet aan artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang werd voldaan. Appellante kon niet afleiden dat een geregistreerd gastouderbureau altijd aan de wettelijke eisen voldoet en had moeten begrijpen dat de essentiële gegevens deel uitmaken van de overeenkomst.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.