ECLI:NL:RVS:2015:481
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid lidstaat bij asielaanvraag volgens Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 27 januari 2014 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte de oudere Verordening (EG) 343/2003 toepaste in plaats van de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013. De rechtbank had echter ten onrechte geen rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten, ondanks dat Slowakije zich op grond van een claimakkoord verantwoordelijk acht voor de behandeling van de asielaanvraag.
De Raad van State verwijst naar het arrest Shamso Abdullahi van het Hof van Justitie en stelt dat de vreemdeling geen rechten kan ontlenen aan de keuze van de verantwoordelijke lidstaat indien deze laatste instemt met overname. Het door de vreemdeling ingebrachte rapport bood geen grond voor ernstige risico’s op onmenselijke behandeling in Slowakije. Daarom blijft de verantwoordelijkheid van Slowakije gehandhaafd.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De rechtsgevolgen van het besluit van 27 januari 2014 blijven volledig in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €490,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijven volledig in stand.