ECLI:NL:RVS:2015:489
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar omgevingsvergunning dakopbouw
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende op 25 januari 2013 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op een woning te Leiden. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant volgens hen geen belanghebbende was. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belanghebbende is, omdat zijn perceel binnen 100 meter van de dakopbouw ligt en er zicht op bestaat vanuit zijn perceel. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant inderdaad belanghebbende is op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De zaak werd terugverwezen om het bezwaar inhoudelijk te behandelen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.