ECLI:NL:RVS:2015:490
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenbesluit bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 4 juni 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos met huishoudelijk afval te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) was geplaatst. Het college stelde dat de doos van appellante afkomstig was, omdat daarin een poststuk met haar naam en adres was aangetroffen. Appellante betoogde dat zij de doos in de ORAC had geplaatst en dat een ander deze uit de container had gehaald en naast de ORAC had gezet.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat volgens vaste rechtspraak degene tot wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat diegene het voorschrift niet heeft geschonden. Appellante heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De enkele stelling dat een ander de doos uit de ORAC heeft gehaald, volstaat niet.
Verder werd het argument van appellante dat er meer ORAC’s geplaatst en vaker geleegd zouden moeten worden, niet in deze procedure beoordeeld. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het kostenbesluit bestuursdwang is ongegrond verklaard.