ECLI:NL:RVS:2015:498
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering paspoortaanvraag wegens onvoldoende bewijs gewoonterechtelijk huwelijk
De zaak betreft een hoger beroep van een vrouw wonend in Ghana tegen de minister van Buitenlandse Zaken, die de aanvraag voor een Nederlands paspoort voor haar dochter niet in behandeling heeft genomen. De minister baseerde dit op het ontbreken van voldoende bewijs voor het bestaan van een gewoonterechtelijk huwelijk tussen appellant en de vader van het kind, wat essentieel is voor het vaststellen van het Nederlanderschap van de dochter.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de minister terecht aannam dat het gewoonterechtelijk huwelijk niet was aangetoond, mede omdat de overgelegde echtscheidingscertificaten niet inhoudelijk waren geverifieerd en pas in de beroepsfase waren ingediend. Appellant voerde aan dat zij het huwelijk had bewezen met getuigenverklaringen en foto's, maar de Raad van State oordeelde dat zonder een huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit het bewijs onvoldoende was.
De Raad van State bevestigt dat de minister terecht heeft geweigerd de aanvraag in behandeling te nemen omdat het Nederlanderschap van de dochter niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de paspoortaanvraag wordt bevestigd.