ECLI:NL:RVS:2015:507
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid intrekking verblijfsvergunning en beoordeling bezwaarprocedure
De staatssecretaris had bij besluit van 11 november 2013 de verblijfsvergunning van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken tot 28 oktober 2011. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een inhoudelijk besluit moest nemen op het bezwaar.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt. De verzending naar het laatst bekende adres in de Basisregistratie Personen voldeed aan de wettelijke eisen, en publicatie in de Staatscourant was niet vereist.
De Afdeling overwoog verder dat de vreemdeling niet had voldaan aan haar verplichting om adreswijzigingen door te geven, waardoor de gevolgen van het niet ontvangen van het besluit voor haar risico kwamen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.