ECLI:NL:RVS:2015:521
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008 en 2009
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het beroep tegen de herzieningsbesluiten van de Belastingdienst/Toeslagen inzake voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 ongegrond verklaarde.
De Belastingdienst had het voorschot voor 2009 vastgesteld op €4.365 en voor 2008 op €3.875. Appellant betwistte dat hij de kosten voor kinderopvang in 2008 daadwerkelijk had gemaakt, mede omdat een deel van de kosten pas in 2012 werd voldaan. Hij voerde aan dat hij verkeerd was voorgelicht en dat kosten deels in natura waren voldaan.
De Raad overweegt dat volgens de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen de kosten daadwerkelijk ten tijde van de opvang of kort daarna moeten zijn betaald om voor toeslag in aanmerking te komen. Betaling in 2012 van kosten uit 2008 is te laat, en het betoog over schenking of betaling in natura faalt omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten volledig en tijdig zijn voldaan.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.