ECLI:NL:RVS:2015:526
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs verblijf gastlidstaat
De vreemdeling heeft bij besluit van 26 september 2011 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan moet aantonen. Deze aanvraag werd door de minister afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond verklaard, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft de zaak behandeld na beantwoording van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie. De vreemdeling voerde aan dat hij met zijn referent in België heeft verbleven en dat hij daarom recht heeft op het verblijfsdocument. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd dat het centrum van belangen daadwerkelijk naar België was verplaatst en dat er sprake was van feitelijk verblijf gedurende een aaneengesloten periode van meer dan drie maanden.
De Afdeling oordeelde dat de door de vreemdeling overgelegde stukken, waaronder administratieve documenten en een huurovereenkomst, niet voldoende waren om het feitelijke verblijf aannemelijk te maken, mede gezien het feit dat de referent in Nederland werkzaam was. De rechtbank had ten onrechte nadere stukken van de vreemdeling buiten beschouwing gelaten, maar dit leidde niet tot schending van het belang van de vreemdeling omdat deze stukken alsnog in hoger beroep zijn betrokken.
De Afdeling bevestigde het oordeel dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij en zijn referent langer dan drie maanden in België hebben verbleven en daar een gezinsleven hebben opgebouwd. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument bevestigd.