ECLI:NL:RVS:2015:533
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende rijgeschiktheid na alcoholmisbruik
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig op grond van een specialistisch onderzoek dat wees op alcoholmisbruik, waardoor appellant niet voldeed aan de eisen voor rijgeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij voorafgaand aan het besluit niet was gehoord, wat volgens hem in strijd was met het recht op een eerlijk proces.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 verplicht is het rijbewijs ongeldig te verklaren indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft, zonder ruimte voor belangenafweging.
Verder oordeelt de Raad dat het horen van appellant in de bezwaarfase het gemis van een hoorzitting voorafgaand aan het besluit herstelt. Ook wordt geoordeeld dat het Unierecht en het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie in deze zaak niet van toepassing zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd.