ECLI:NL:RVS:2015:55
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onterecht opgelegde huisvestingsvergunningplicht voor onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 26 september 2012 een bestuurlijke boete op aan appellante wegens het in gebruik geven van woonruimte aan een persoon zonder huisvestingsvergunning. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat de verhuurde kamers onzelfstandige woonruimten waren, waarvoor geen huisvestingsvergunning vereist is.
De Raad van State oordeelde dat de verhuurde kamers niet beschikten over een eigen ingang of wezenlijke voorzieningen zoals keuken en toilet, waardoor ze als onzelfstandige woonruimte moeten worden aangemerkt. Volgens de regionale huisvestingsverordening is voor onzelfstandige woonruimte geen huisvestingsvergunning vereist.
Daarom bood artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet in verbinding met artikel 59 van Pro de verordening geen grondslag voor de opgelegde boete. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat voor onzelfstandige woonruimte geen huisvestingsvergunning vereist is.