ECLI:NL:RVS:2015:555
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen omgevingsvergunning uitbreiding woning en splitsing woning
Bij besluit van 31 augustus 2012 verleende het college een omgevingsvergunning aan appellant sub 1 voor de uitbreiding van een woning op een perceel te [plaats]. Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd gehonoreerd, waarna de vergunning werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Beide appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. Appellant sub 1 voerde aan dat de rechtbank onjuist had vermeld om welk perceel het ging, hetgeen werd verworpen als een kennelijke verschrijving zonder materiële gevolgen. Appellant sub 2 betoogde dat het college bij een eerder besluit van 4 oktober 2007 geen vrijstelling had verleend voor het splitsen van de woning in twee woningen, hetgeen in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het college impliciet vrijstelling had verleend voor splitsing van de woning. De bouwtekeningen toonden weliswaar een fysieke scheiding, maar dit leidde niet tot het creëren van een tweede woning. Het hoger beroep van appellant sub 2 werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant sub 1 alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht aan appellant sub 2 werd terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard, dat van appellant sub 2 gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van appellant sub 1 alsnog ongegrond verklaard.