ECLI:NL:RVS:2015:560
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake invordering dwangsom bouwstop houtopslag
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst legde een bouwstop op wegens het zonder vergunning bouwen van een overkapping voor houtopslag en besloot tot invordering van een dwangsom van € 2.000,00. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit tot invordering.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat aan het belang van invordering van een dwangsom zwaarwegend gewicht moet worden toegekend en dat slechts in bijzondere omstandigheden van invordering kan worden afgezien.
De Afdeling oordeelde dat de wederpartij verantwoordelijk was voor de voortzetting van de bouwactiviteiten na oplegging van de bouwstop, omdat hij zijn tuinman niet duidelijk had gemaakt dat de werkzaamheden moesten stoppen. Het aanbod om de bouwwerkzaamheden ongedaan te maken, vormt geen bijzondere omstandigheid om af te zien van invordering.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank worden vernietigd.