ECLI:NL:RVS:2015:561
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door feitelijk werkgeverschap
De minister legde appellant een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid hadden verricht bij zijn bedrijf. Appellant stelde dat de vreemdelingen slechts aspirant-kopers waren en geen arbeid verrichtten, en betwistte het feitelijk werkgeverschap.
De rechtbank oordeelde dat appellant als feitelijk werkgever moet worden aangemerkt omdat de vreemdelingen werkzaamheden uitvoerden zoals het uitladen van een vrachtwagen en het oprollen van kabels, zonder dat daarvoor een vergunning was verleend. De verklaringen van de vreemdelingen en de inspecteur ondersteunden dit oordeel, ondanks enkele formele bezwaren van appellant.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant. Het enkel mogelijk maken van arbeid en het niet verhinderen daarvan geldt als het laten verrichten van arbeid. De boete werd gehandhaafd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vergunning.