ECLI:NL:RVS:2015:569
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 8 januari 2013 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 10 juli 2014 het besluit vernietigde voor zover het de weigering van uitstel van vertrek betrof en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De vreemdeling stelde dat het hoger beroep gegrond was, maar de Raad van State oordeelde dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank kon leiden. De staatssecretaris betoogde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) verplichtte tot toepassing van artikel 64 zolang Pro niet duidelijk was dat adequate medische behandeling in het land van herkomst beschikbaar was.
De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris terecht een gedeeltelijk advies van het BMA had gevraagd en dat de beoordeling zich diende te beperken tot de vraag of de dochter van de vreemdeling kon reizen. De staatssecretaris had toegezegd dat geen uitzetting zou plaatsvinden indien niet aan de reisvereisten werd voldaan. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het besluit van 8 januari 2013 betrof en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd in zoverre ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond; het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het het besluit tot weigering van uitstel van vertrek betreft.