ECLI:NL:RVS:2015:572
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.W. van de Gronden
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor ondernemers in civiele zaak
De appellant heeft een toevoeging voor rechtsbijstand aangevraagd in het kader van een civiele procedure waarin hij schadevergoeding vordert wegens het zonder toestemming verhuren en verkopen van zijn schilderijen. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat het rechtsbelang verband houdt met de uitoefening van een zelfstandig beroep, en geen uitzonderingen van toepassing zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de vraag of deze wettelijke bepaling strijdig is met het EVRM.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het EVRM geen onbeperkt recht op gratis rechtsbijstand verleent buiten strafrechtelijke procedures, en dat beperkingen aan het recht op toegang tot de rechter gerechtvaardigd en proportioneel moeten zijn. De Afdeling achtte de beperking in de Wrb gerechtvaardigd omdat ondernemers geacht worden de risico's van hun bedrijfsvoering zelf te dragen, onder meer door verzekering of reservering.
Verder werd geoordeeld dat het onderscheid tussen ondernemers en niet-ondernemers niet ongerechtvaardigd is en dat de afwijzing van de toevoeging niet onevenredig is in verhouding tot het doel. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand aan de ondernemer.