ECLI:NL:RVS:2015:580
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang sluiting woonboten wegens hennephandel in Maastricht
De burgemeester van Maastricht legde op 26 oktober 2012 aan drie bewoners van woonboten aan verschillende locaties in Maastricht een last onder bestuursdwang op tot sluiting van hun woonboten voor drie maanden wegens de aanwezigheid van grote hoeveelheden hennep en gerelateerde middelen, aangetroffen tijdens een politiehuiszoeking. De bewoners maakten bezwaar tegen deze besluiten, die door de burgemeester werden afgewezen. De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen van twee bewoners ongegrond en vernietigde het besluit voor de derde wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De bewoners gingen in hoger beroep bij de Raad van State. Zij voerden onder meer aan dat woonboten niet als woningen in de zin van de Opiumwet kunnen worden aangemerkt en dat de sluiting zonder waarschuwing in strijd zou zijn met het EVRM en beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De Raad van State oordeelde dat woonboten wel onder het begrip woning vallen en dat de burgemeester gelet op de omvang van de aangetroffen hennep en de bijzondere drugsproblematiek in Maastricht terecht zonder waarschuwing tot sluiting kon overgaan.
Ook het argument dat de hennep in de schuur bij een woonboot slechts afval zou zijn, werd verworpen omdat de middelen als hennep zijn aangemerkt en er sprake is van samenhang tussen de woonboten. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraken van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woonboten wegens hennephandel en verklaart het hoger beroep ongegrond.