ECLI:NL:RVS:2015:583
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag wegens inschrijving medebewoner in GBA
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit dat de zoon van appellant van 2008 tot 2013 op hetzelfde adres stond ingeschreven en daarom als medebewoner moest worden beschouwd. Dit leidde tot het definitief vaststellen van de huurtoeslag op nihil en terugvordering van teveel betaalde voorschotten.
Appellant voerde aan dat zijn zoon feitelijk niet op het adres woonde, maar dit kon niet worden bewezen met de overgelegde stukken. De Raad van State overwoog dat de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) leidend is voor de beoordeling van medebewoning, tenzij sprake is van een situatie zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling Awir, wat hier niet het geval was.
De Raad benadrukte dat alleen het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om de GBA-gegevens te wijzigen of een aantekening te plaatsen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.