ECLI:NL:RVS:2015:591
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onduidelijkheid verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 5 december 2013 het besluit genomen om de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in te trekken, omdat deze zijn hoofdverblijf buiten Nederland zou hebben verplaatst. Dit was gebaseerd op uitschrijving uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) per 29 mei 2000.
De vreemdeling maakte bezwaar en stelde dat hij zijn hoofdverblijf nooit buiten Nederland heeft verplaatst. Hij overhandigde documenten en getuigenverklaringen die zijn verblijf in Nederland na die datum ondersteunen, en gaf aan dat hij door problemen met alcohol en drugs een zwervend bestaan leidde, waardoor bewijsstukken ontbreken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte heeft afgezien van het horen van de vreemdeling, terwijl op voorhand niet kon worden uitgesloten dat het bezwaar tot een ander besluit zou kunnen leiden. Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en verklaarde het beroep gegrond.
De staatssecretaris werd bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling. Hiermee is de procedure heropend en wordt de zaak terugverwezen voor een nieuwe beslissing waarbij de vreemdeling gehoord moet worden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens het onterecht afzien van het horen van de vreemdeling.