ECLI:NL:RVS:2015:597
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Sierra Leone
De vreemdeling was op 4 september 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of er zicht was op uitzetting naar Sierra Leone binnen een redelijke termijn. De staatssecretaris had verklaard dat geen Memorandum of Understanding (MoU) was ondertekend, maar dat de autoriteiten van Sierra Leone bereid zouden zijn om laissez passer te verstrekken in concrete gevallen. De vreemdeling betoogde dat de staatssecretaris dit niet aannemelijk had gemaakt en geen stukken had overgelegd ter onderbouwing.
De Afdeling stelde vast dat ondanks diplomatieke inspanningen geen laissez passer waren verstrekt en dat de staatssecretaris niet aannemelijk had gemaakt dat binnen afzienbare tijd uitzetting mogelijk zou zijn. Daarom was de vreemdelingenbewaring vanaf het begin onrechtmatig. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende een vergoeding toe voor de periode van bewaring. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.