ECLI:NL:RVS:2015:611
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag van appellant over 2008 herzien en op nihil gesteld, omdat appellant niet aannemelijk zou hebben gemaakt dat zij kosten voor kinderopvang had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat zij wel degelijk kosten had gemaakt, onder meer door een betaling in 2012.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat appellant geen kosten had gemaakt, aangezien het volledig betalen van de kosten niet uitsluit dat kosten zijn gemaakt. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar van de Belastingdienst/Toeslagen.
Echter, omdat appellant niet heeft aangetoond dat de gastouderopvang in 2008 heeft plaatsgevonden op basis van een overeenkomst zoals vereist in artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang, acht de Afdeling het herzieningsbesluit terecht op nihil gesteld. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, maar handhaaft de rechtsgevolgen van het besluit. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak en het bezwaarbesluit worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.