ECLI:NL:RVS:2015:62
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over kinderopvangtoeslag 2009 wegens onvoldoende bewijs betaling gastouder
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 16 juli 2013 de kinderopvangtoeslag over 2009 definitief vast en vorderde te veel betaalde voorschotten terug. [Wederpartij] maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de Belastingdienst werd afgewezen. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond omdat zij een verklaring van de gastouder had overgelegd waaruit zou blijken dat zij kosten had gemaakt voor kinderopvang.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de verklaring van de gastouder onvoldoende bewijs vormde zonder betaalbewijzen zoals bankafschriften of kwitanties. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de verklaring van de gastouder als voldoende bewijs had aanvaard. Volgens vaste jurisprudentie rust op de belanghebbende de bewijslast om de betaling aan de gastouder aannemelijk te maken met concrete betaalbewijzen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van [wederpartij] ongegrond. Er was geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat zonder deugdelijke bewijsstukken geen aanspraak op kinderopvangtoeslag kan worden gemaakt voor de periode 2009.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van betaling aan de gastouder.