ECLI:NL:RVS:2015:623
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verzoek om informatie Wob tegen RDW
De appellant verzocht de RDW op 4 februari 2013 om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RDW besloot op 5 maart 2013 op het verzoek en verklaarde het bezwaar van de appellant ongegrond bij besluit van 10 juni 2013. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten niet-ontvankelijk.
De appellant stelde in hoger beroep dat de RDW niet alle gevraagde informatie had verstrekt en niet tijdig had beslist. De Raad van State overwoog dat documenten die na het verzoek zijn vervaardigd niet onder het Wob-verzoek vallen en dat de appellant zijn nieuwe gronden niet tijdig bij de rechtbank had aangevoerd, zodat deze buiten beschouwing blijven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 4 maart 2015.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd.