ECLI:NL:RVS:2015:628
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdelingen hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de overgangsregeling van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de vreemdelingen zich langer dan drie maanden aan het toezicht van relevante instanties hadden onttrokken.
De vreemdelingen stelden dat hun inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en het Basisregister Onderwijs voldoende was om te voldoen aan het toezichtvereiste, en dat de Regeling ten onrechte beperkt was tot enkele instanties binnen de Rijksoverheid. De rechtbank wees hun beroep af, en de vreemdelingen gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris redelijkerwijs mocht eisen dat vreemdelingen inspanningen verrichten om in beeld te blijven bij de in de Regeling genoemde instanties, die belast zijn met toezicht op vreemdelingen. Bekendheid bij andere instanties volstaat niet. Omdat de vreemdelingen na 27 juli 2010 geen contact met deze instanties hadden onderhouden, faalden hun grieven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.