ECLI:NL:RVS:2015:63
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen verwerking justitiële gegevens op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden
Appellant heeft verzet aangetekend tegen de verwerking van zijn justitiële gegevens, waaronder veroordelingen uit 1994 en 2007, op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden zoals carrièrehinder en onjuistheden in de strafrechtelijke afdoening.
De minister heeft het verzet afgewezen op basis van een vaste gedragslijn met criteria zoals ernst van het delict, leeftijd ten tijde van het delict en tijdsverloop. De rechtbank heeft dit oordeel bevestigd en overwogen dat de wetgever terughoudendheid verlangt bij het honoreren van verzet op grond van artikel 26 van Pro de Wjsg.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht de vaste gedragslijn hanteert, dat de rechtbank de wet correct heeft geïnterpreteerd en dat appellant onvoldoende bijzondere persoonlijke omstandigheden heeft gesteld die verwijdering van de justitiële gegevens rechtvaardigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de verwerking van justitiële gegevens wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.