ECLI:NL:RVS:2015:648
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens niet-tijdige naleving bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Almere legde appellante een last onder dwangsom op om de gevelbeplating van een woning in overeenstemming te brengen met de bouwvergunning. Appellante voldeed niet tijdig aan deze last, waarna het college overging tot invordering van een dwangsom van €32.500 per maand.
Appellante voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van voldoende hoor en wederhoor bij de voorzieningenrechter, onbevoegdheid van het college tot het opleggen van de last onder dwangsom, tijdige naleving van de last, en de onevenredigheid van de dwangsom. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp al deze bezwaren.
De Afdeling oordeelde dat bezwaren tegen de rechtmatigheid van de last onder dwangsom niet meer aan de orde kunnen komen bij de toetsing van de invorderingsbeschikking. Tevens bleek uit inspectierapporten dat de gevelbekleding niet volledig overeenkomstig de bouwtekening was aangebracht binnen de gestelde termijn. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel en passend beschouwd, en bijzondere omstandigheden voor matiging werden niet aannemelijk gemaakt.
Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.