ECLI:NL:RVS:2015:654
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellante een bestuurlijke boete van €12.500 op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Appellante stelde zich op het standpunt dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt en dat de boete niet proportioneel was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het algemeen bestuur van een plusregio bevoegd is een huisvestingsverordening vast te stellen die regels bevat over het omzetten van woonruimte. De Huisvestingsverordening van het Stadsgewest Haaglanden biedt dan ook een grondslag voor het opleggen van bestuurlijke boetes door het college. De vraag of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding is relevant voor de beoordeling of sprake is van zelfstandige woonruimte. Uit het boeterapport bleek dat de bewoners geen duurzame gemeenschappelijke huishouding vormden, waardoor het college terecht oordeelde dat sprake was van onzelfstandige bewoning.
Verder werd overwogen dat appellante als beheerder en feitelijke verhuurder van het pand verantwoordelijk is voor de overtreding, ook al is zij niet eigenaar. Zij had de nodige zorgvuldigheid moeten betrachten om onrechtmatig gebruik te voorkomen. Ten slotte oordeelde de Afdeling dat de hoogte van de boete passend is binnen de wettelijke kaders en het evenredigheidsbeginsel, mede gezien de bedrijfsmatige exploitatie van het pand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.500 en oordeelt dat appellante als beheerder als overtreder kan worden aangemerkt.