ECLI:NL:RVS:2015:662
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 6 RWN
Appellante heeft verzocht om bevestiging van haar Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De minister heeft dit verzoek geweigerd omdat de moeder van appellante ten tijde van haar geboorte geen Nederlandse nationaliteit bezat, waardoor niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond verklaard, en appellante heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. In hoger beroep is niet betwist dat de moeder van appellante op het moment van haar geboorte geen Nederlander was, waardoor de wettelijke vereisten van artikel 6 RWN Pro niet zijn vervuld.
Appellante voerde aan dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen, maar de Raad van State oordeelt dat de minister op grond van de wettelijke regeling geen ruimte heeft om hiervan af te wijken. De optieprocedure is strikt en objectief, en de hardheidsclausule uit artikel 10 RWN Pro is niet direct toepasbaar bij de optieprocedure.
De Raad van State bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht de verklaring van appellante niet heeft bevestigd en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om de Nederlandse nationaliteit toe te kennen aan appellante.