ECLI:NL:RVS:2015:663
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na zedendelicten
De staatssecretaris weigerde op 30 september 2013 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een chauffeurskaart vanwege veroordelingen voor twee zedendelicten. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de weigering disproportioneel was, omdat hij verder niet met justitie in aanraking was gekomen en de feiten relatief gering van ernst waren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het objectieve criterium voor weigering was vervuld en dat de gevangenisstraf niet licht kon worden opgevat. De omstandigheden waaronder de feiten waren gepleegd, namelijk tijdens de uitoefening van de functie van taxichauffeur, versterkten het risico voor de samenleving.
De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris terecht geen twijfel had over de weigering en dat het verlies van werkgelegenheid een voorzienbaar gevolg was van de beleidsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege eerdere zedendelicten.