ECLI:NL:RVS:2015:667
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees op 9 mei 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Centrale discussie betrof de taalanalyse die de herkomst van de vreemdeling moest vaststellen. De rechtbank vond de taalanalyse onvoldoende inzichtelijk en concludent, mede vanwege tegenstrijdigheden en de door de vreemdeling overgelegde contra-expertise. De staatssecretaris stelde dat de taalanalyse wel degelijk zorgvuldig en concludent was en dat de contra-expertise onvoldoende overtuigde.
De Afdeling oordeelde dat de taalanalyse, inclusief het weerwoord van het BLT, voldoende inzichtelijk en concludent is en dat de vreemdeling de door de staatssecretaris gerezen twijfel over zijn herkomst niet heeft weggenomen. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 25 februari 2015 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit van 9 mei 2014 wordt ongegrond verklaard.