ECLI:NL:RVS:2015:67
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar voor vertrouwensfunctie op burgerluchthaven
De minister weigerde op 6 mei 2013 aan appellante een verklaring van geen bezwaar af te geven voor het vervullen van een vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven, omdat het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens opleverde om een verantwoord oordeel te geven. Appellante verbleef gedurende een groot deel van de terugkijktermijn van acht jaar in Suriname, waar geen samenwerkingsrelatie bestaat tussen de AIVD en de Surinaamse veiligheidsdienst, waardoor gegevens niet konden worden verkregen.
Appellante stelde dat de minister onvoldoende inspanningen had verricht, onder meer door geen advies te vragen aan de Nederlandse ambassade in Suriname en onvoldoende waarde toe te kennen aan een verklaring van goed gedrag van de politie in Paramaribo. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister aan zijn inspanningsverplichting had voldaan en dat diplomatieke vertegenwoordigingen geen alternatief informatiekanaal vormen.
Voorts stelde appellante dat de weigering een onrechtmatige beperking van haar recht op onderwijs vormde, mede gelet op haar minderjarigheid gedurende het grootste deel van de periode en haar Nederlandse nationaliteit. De Afdeling overwoog dat het recht op onderwijs niet absoluut is en dat de beperking voorzienbaar en gerechtvaardigd is in het belang van de nationale veiligheid. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de verklaring van geen bezwaar wegens onvoldoende gegevens uit het veiligheidsonderzoek.