ECLI:NL:RVS:2015:681
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan toezichtvereiste
De vreemdelingen hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. Deze aanvragen werden door de staatssecretaris afgewezen omdat zij niet voldeden aan het vereiste dat zij zich niet langer dan drie maanden aan het toezicht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, Dienst Terugkeer en Vertrek, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de Vreemdelingenpolitie of voogdijinstelling Nidos hadden onttrokken.
De vreemdelingen stelden dat zij in beeld waren bij de gemeente en dat de staatssecretaris onterecht een actieve houding van hen verwachtte. De rechtbank oordeelde echter dat het feit dat zij bekend waren bij de gemeente niet volstond omdat de gemeente geen instantie in de vreemdelingenketen is. De vreemdelingen hadden sinds 12 februari 2009 geen contact meer gehad met de genoemde instanties tot de indiening van de aanvragen in 2013.
Verder voerden de vreemdelingen aan dat het onderscheid in de Regeling discriminerend was, omdat kinderen niet verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun ouders. De Raad van State verwierp dit en oordeelde dat het onderscheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is, mede gezien het doel van een effectief immigratiebeleid. Tenslotte werd geoordeeld dat de staatssecretaris discretionaire bevoegdheid heeft om in bijzondere gevallen alsnog een verblijfsvergunning te verlenen, maar dat dit niet automatisch geldt voor alle aanvragers.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen bevestigd.