ECLI:NL:RVS:2015:74
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische noodsituatie
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 februari 2014 een verzoek van een vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen in het vonnis.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vreemdeling voerde onder meer aan dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was wegens onbevoegdheid van de ondertekenaar, maar dit werd verworpen op basis van de Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011.
De Afdeling overwoog verder dat het Bureau Medische Advisering ten onrechte niet had onderzocht of het middel Bactroban in Guinee beschikbaar was, maar dat dit niet tot vernietiging van het vonnis leidt omdat het middel niet relevant is voor de psychische klachten die een medische noodsituatie veroorzaken.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.