ECLI:NL:RVS:2015:746
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Herroeping bouwvergunning eerste fase en weigering bouwvergunning tweede fase vanwege bevoegdheidsgebrek
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd trok op 7 maart 2013 de bouwvergunning eerste fase in voor het bouwen van een rundveestal en drie sleufsilo's en weigerde op dezelfde datum de bouwvergunning tweede fase. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde dit besluit wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering en beval het college een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State stelt vast dat het college de intrekking van de bouwvergunning eerste fase baseerde op het oude recht van de Woningwet, terwijl het overgangsrecht niet van toepassing was. Volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt een termijn van twee jaar voor het aanvragen van de tweede fase, die in dit geval is gehaald. Hierdoor was het college niet bevoegd de eerste fase in te trekken en was de weigering van de tweede fase op een onjuiste grondslag gebaseerd.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van het college gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college, en beveelt het college een nieuw besluit te nemen over het bezwaar van appellant met betrekking tot de bouwvergunning tweede fase. Het incidenteel hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de intrekking van de bouwvergunning eerste fase en de weigering van de tweede fase en beveelt het college een nieuw besluit te nemen.