ECLI:NL:RVS:2015:752
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad door RDW na overtreding
De RDW trok op 25 september 2012 de erkenning bedrijfsvoorraad van [wederpartij] voor zes weken in vanwege het aanmelden van voertuigen zonder dat de vereiste overschrijvingsbewijzen waren overgedragen. Na een bezwaarprocedure handhaafde de RDW dit besluit. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit echter in mei 2014. De RDW ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de RDW een beleidsregel hanteert waarin overtredingen worden gecategoriseerd en sancties worden opgelegd, waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfseconomische belangen en staat van dienst van erkenninghouders. De intrekking voor zes weken was volgens de beleidsbrief passend bij de geconstateerde overtredingen, die als categorie II werden aangemerkt.
De Raad van State verwierp het betoog van de RDW dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het sanctiebeleid niet voldoende was gemotiveerd. De RDW had onvoldoende gemotiveerd waarom de door [wederpartij] aangevoerde bijzondere omstandigheden geen reden waren om van het beleid af te wijken. Ook het argument dat de omvang van het bedrijf en de financiële gevolgen geen bijzondere omstandigheden zijn, werd onderschreven.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij].
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad en wijst het hoger beroep van de RDW af.