ECLI:NL:RVS:2015:765
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens voorzienbaarheid aanleg Westrandweg
Appellant verzocht om nadeelcompensatie wegens waardedaling en hinder door de aanleg van de Westrandweg in Amsterdam. De minister wees dit verzoek in 2012 af, stellende dat de aanleg ten tijde van aankoop voorzienbaar was. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de voorzienbaarheid was gestuit door brieven van eind 1998 en begin 1999, en dat de aanleg pas na de startnotitie van 2004 voorzienbaar was. De Raad van State oordeelde dat voor de beoordeling van voorzienbaarheid alleen de planologische situatie ten tijde van aankoop van belang is. De projectnota van 1989 en het tracébesluit van 1991 maakten de aanleg voorzienbaar.
De Raad verwierp het betoog dat de hinder niet voorzienbaar was, gelet op het grootschalige karakter van de werkzaamheden. Ook het argument dat appellant in de periode tussen 1998 en 2004 investeringen deed in de veronderstelling dat de weg niet zou komen, werd niet onderbouwd en faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van nadeelcompensatie bevestigd.