ECLI:NL:RVS:2015:767
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens voorzienbaarheid aanleg Westrandweg
De zaak betreft een verzoek om nadeelcompensatie door appellant wegens waardedaling en tijdelijke hinder door de aanleg van de Westrandweg in Amsterdam. De minister wees het verzoek af omdat de aanleg ten tijde van aankoop voorzienbaar was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant ging in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat de aanleg van de Westrandweg al sinds 1989 in de projectnota was opgenomen en het tracébesluit van 1991 de aanleg bevestigde. Hoewel tussen 1998 en 2004 onzekerheid bestond over de realisatie, kocht appellant zijn woning in 1993, toen de plannen al openbaar en concreet waren. Hierdoor werd de voorzienbaarheid aangenomen.
Appellant stelde dat de voorzienbaarheid was gestuit door brieven uit 1998-1999 en dat de startnotitie van 2004 de eerste concrete voorzienbaarheid gaf, maar dit werd verworpen. Ook tijdelijke hinder werd als voorzienbaar beoordeeld. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.