ECLI:NL:RVS:2015:770
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag 2009 wegens onvoldoende bewijs kosten gastouderopvang
De Belastingdienst/Toeslagen stelde in 2012 de kinderopvangtoeslag van wederpartij voor 2009 vast en vorderde een bedrag terug. Na bezwaar en een gedeeltelijke wijziging van het besluit, verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit. De Belastingdienst stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of wederpartij voldoende bewijs had geleverd van daadwerkelijk betaalde kosten voor gastouderopvang in 2009. De Belastingdienst voerde aan dat zonder een jaaropgave of vergelijkbare documenten niet kon worden vastgesteld wat de totale kosten waren en of deze daadwerkelijk waren voldaan.
De Raad van State oordeelde dat het aan de wederpartij is om aan te tonen welke kosten zijn gemaakt en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het voorschot niet op nihil mocht worden vastgesteld. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de Belastingdienst ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende bewijs van betaalde gastouderopvangkosten.