ECLI:NL:RVS:2015:771
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennootschap
De minister legde op 13 augustus 2013 een boete van €12.000 op aan een vennootschap wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vennootschap voerde aan dat de vreemdeling slechts incidenteel en onbetaald had geholpen zonder dat sprake was van arbeid in de zin van de Wav. Ook stelde zij dat de verklaring van de vreemdeling onbetrouwbaar was vanwege taalbarrières.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht uitging van de verklaring van de vreemdeling, die in het Engels werd afgelegd en begrepen. Verder werd vastgesteld dat het feitelijk verrichten van arbeid, ook zonder loon of opdracht, voldoende is voor het werkgeversbegrip onder de Wav. De vennootschap was daarmee terecht als werkgever aangemerkt.
De vennootschap verzocht om matiging van de boete vanwege de beperkte aard van de werkzaamheden en haar financiële situatie. De Afdeling vond dat de vennootschap onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alles had gedaan om de overtreding te voorkomen en dat de boete onevenredig was. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.