ECLI:NL:RVS:2015:777
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige wegens niet voldoen aan wettelijke voorwaarden
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van zijn minderjarige zoon in zijn eigen achternaam. De staatssecretaris had het verzoek geweigerd omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden uit het Besluit geslachtsnaamswijziging, zoals het ontbreken van een gescheiden ouder die de naam wil wijzigen en het niet voortkomen van het naamsverschil uit internationaal privaatrecht.
De appellant stelde dat de staatssecretaris een belangenafweging had moeten maken, waarbij het belang van het kind bij eenheid van de naam binnen het gezin centraal stond. De Raad van State oordeelde dat het Besluit geen ruimte biedt voor een belangenafweging indien niet aan de voorwaarden is voldaan. Ook was niet aangetoond dat het achterwege blijven van de naamswijziging ernstige lichamelijke of geestelijke schade zou veroorzaken, zoals vereist in artikel 6 van Pro het Besluit.
Verder verwierp de Raad van State de stelling dat het Besluit in strijd zou zijn met artikel 3 van Pro het IVRK of met bepalingen van het EVRM. De belangen van het kind zijn volgens de Raad voldoende verdisconteerd in het Besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.