ECLI:NL:RVS:2015:778
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- N. Verheij
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nationaal paspoort wegens nalatigheid betalingsverplichting
Appellante verzocht om een nationaal paspoort, maar de minister weigerde dit op grond van artikel 22, aanhef en onder c, van de Paspoortwet vanwege een schuld bij de gemeentelijke Sociale Dienst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak.
Appellante betoogde dat zij niet nalatig was en dat de minister niet bevoegd was het paspoort te weigeren omdat zij al in het buitenland verbleef en betalingsregelingen had voorgesteld. De Raad van State oordeelde echter dat de Paspoortwet geen beperking kent dat de weigering alleen geldt bij verblijf in Nederland en dat het vermoeden van onttrekking aan invordering door verblijf in het buitenland terecht was.
Verder stelde appellante dat zij door de weigering onevenredig werd benadeeld omdat zij in het buitenland illegaal verbleef en haar kinderen niet zonder haar konden reizen. De Raad van State vond dat zij met een identiteitskaart en reisdocumenten toch kon reizen en dat haar situatie niet vergelijkbaar was met het arrest Ruiz Zambrano.
Ook haar betoog dat de weigering in strijd was met diverse internationale verdragen werd verworpen wegens gebrek aan motivering. De Raad van State bevestigde het bestreden vonnis met verbeterde gronden en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het nationaal paspoort aan appellante wegens nalatigheid in betalingsverplichting en het vermoeden van onttrekking aan invordering.